Onderstaande artikel is opgesteld door de BSNC en op 19 februari 2018 op hun website geplaatst.

“Onze nationale sportinfrastructuur behoort tot de absolute top in de wereld. Bovendien zijn de Nederlandse sportvloeren en sportaccommodaties van buitengewone kwaliteit. Het is belangrijk dat we dit op peil houden. Het College van Deskundigen (CvD) houdt de vinger aan de pols om ervoor te zorgen dat dit zo blijft.” Richard Kaper, manager sportparticipatie bij NOC*NSF en voorzitter van het CvD, geeft een toelichting op de taken van het college.

Het college maakt onderdeel uit van het NOC*NSF ‘Kwaliteitszorgsysteem Sportvloeren en Sportaccommodaties’. Zo af en toe komt het CvD in het nieuws. Bijvoorbeeld in het najaar van 2016. Toen stelde het college het zogeheten ‘registratie- en beoordelingsproces gecertificeerde sportvloeren’ vast. Dat betekent het registreren van alle sportvloeren, waar een NOC*NSF/sportbond certificaat voor nodig is. Doel is de kwaliteit van Nederlandse sportvloeren nog beter te waarborgen. Het CvD boog zich begin vorig jaar daarnaast over het herziene en geactualiseerde  ‘Procedurehandboek Kwaliteitszorgsysteem Sportvloeren en Sportaccommodaties’. “Dat is de bijbel van het college”, geeft Richard het belang van deze uitgave aan. “Hierin zijn de wijze waarop alle betrokken partijen samenwerken binnen het kwaliteitszorgsysteem en de gerelateerde afspraken vastgelegd.”

Belangrijke rol
Sportkoepel NOC*NSF werkt nauw samen met accommodatiespecialisten  van sportbonden als KNVB (voetbal), KNLTB (tennis), KNHB (hockey), Atletiekunie en KNKV (korfbal) om de hoge kwaliteit van de vaderlandse sportinfrastructuur te bewaken en handhaven. Het College van Deskundigen vervult hierin een belangrijke rol. Het bestuur van NOC*NSF benoemt de leden van het CvD. Daarbij ziet het bestuur erop toe dat sprake is van een evenwichtige samenstelling. Richard: “Dan praat je over vertegenwoordigers uit de sectoren sport, markt en gemeenten, die betrokken zijn bij het certificeren van sportvloeren en –accommodaties. Zoals NOC*NSF en sportbonden namens de sport, de VSG namens gemeenten en BSNC namens aannemers en leveranciers.”

Het CvD komt gemiddeld vier keer per jaar bij elkaar. “Het college bestaat minimaal uit drie en maximaal uit tien leden. Als alles goed gaat, hoeven wij niet in actie te komen. Wij ondersteunen en faciliteren de operationele processen op het vlak van sportvloeren en accommodaties. Het college controleert namens de hele branche of de geldende procedures en afspraken in de praktijk goed werken. Dat doen we zeker niet uit eigen belang. Wij streven altijd naar consensus. Uiteindelijk willen wij dat de gebruikers optimaal genieten en hun sport kunnen bedrijven op de best mogelijke voorzieningen.”

Certificatiesysteem
NOC*NSF maakt gebruik van het CvD om op maatschappelijk gebied draagvlak te verkrijgen en te behouden voor haar certificatie-activiteiten. Zo adviseert het college de overkoepelende sportorganisaties onder meer over de aard en inhoud van het certificatiesysteem. Ook informeert ze deze organisaties over de te hanteren eisen en het gebruik en betekenis van het certificaat. Daarnaast houdt het CvD een actueel overzicht van certificaathouders bij. Het college heeft een geheimhoudingsplicht over alle persoonsgegevens van een certificering waar zij mee van doen krijgt. Als certificaathouders en –verstrekkers tekortkomingen vertonen, is het CvD bevoegd om maatregelen te treffen.

Persoonlijke visie
Richard Kaper is sinds 1 januari voorzitter van het college. Hij is de opvolger van zijn collega bij NOC*NSF Erik Lenselink, manager sportontwikkeling. Richards’ persoonlijke visie op sport sluit goed aan bij de doelen van het college. “Mijn streven is om zoveel mogelijk mensen een leven lang te laten genieten van sport. Ik geloof erin dat sport van enorme waarde is voor iedereen. Of je nu jong bent of oud, arm of rijk, met of zonder handicap, als actief sporter, of op een andere manier betrokken bij sport. De behoefte van iedere sporter zelf, in zijn eigen lokale omgeving, is het uitgangspunt. Dat is mijn drive en motivatie.”