Om ervoor te zorgen dat kunstgrasvelden aan een met elkaar afgesproken kwaliteitsniveau voldoen, is er een norm voor kunstgrasvelden. Sinds begin januari 2019 is deze norm aangepast en wordt de nieuwe en eenduidige ‘KNVB-norm voor kunstgrasvelden’ gehanteerd. Deze nieuwe normering is samengesteld in overleg met stakeholders als NOC*NSF, de VSG, diverse keuringsinstituten en werkgroep 6 “kunstgras” resulterend onder NOC*NSF.

Eén duidelijke normering
Sinds 2017 (toen de overgangsfase inging na afstappen van harmonisatie met FIFA op het gebied van normering kunstgras voetbalvelden) werd gewerkt met vier soorten normering vanuit de FIFA, wat leidde tot onduidelijkheid en gemor. De nieuwe KNVB-normering, die per 1 januari 2019 in werking is getreden, combineert het beste uit de verschillende normen, past bij de ontwikkelingen op het gebied van kunstgrassystemen en sluit aan bij de vraag van de sporter waar het gaat om de sporttechnische eigenschappen van kunstgrasvelden. Bovenal geeft de nieuwe normering duidelijkheid aan producenten, gebruikers en keuringsinstituten en biedt het kansen voor innovaties. 
Klik hier voor de nieuwe norm.

Wijzigingen
De drie meest in het oog springende wijzigingen in de nieuwe norm zijn de aanscherping op schokabsorptie, aanvulling van energierestitutie en aanvulling van balrol in een rechte lijn.
• Aanscherping op schokabsorptie. Dit om toe te werken naar een eenduidige norm voor alle voetbalsystemen.
• Aanvulling met energierestitutie. Deze werd in Nederland al langer gemeten, maar er werd niet op gestuurd.
• Aanvulling met balrol in rechte lijn. De balrol in rechte lijn wordt in 2019 als indicatie meegenomen, waarna deze in 2020 als criterium wordt opgenomen.

Invoering
De nieuwe normering is in werking getreden sinds 1 januari 2019. Omdat er geen grote wijzigingen in de nieuwe normering zijn opgenomen en omdat de nieuwe normering op nagenoeg alle systemen kan worden toegepast, komt er geen overgangsfase. Daarmee zorgen we direct voor duidelijkheid over de te hanteren normering. In navolging op de nieuwe praktijknormering wordt in 2019 gewerkt aan eigen testmethoden. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande testmethoden en EN/NEN-normen.